Brandgedrag
Wol kan worden aangemerkt als een relatief veilig materiaal bij brand. Het verbrandingspunt licht rond de 600° C. Wol vormt geen, meestal nog brandende, druppels die vervolgens voor branduitbreiding kunnen zorgen. De brandvertragende eigenschappen van wol hebben veel te maken met het hoge stikstofgehalte van 16%, een hoog vochtgehalte van 14 – 18 %, de ontbrandingstemperatuur van 600° C, de lage verbrandingswarmte van 20,5 kJ/g alsmede de hoge grenswaarde in de zuurstofindex van 25,2 (LOI- waarde = Limiting Oxygen Index, gemeten in een volledig droge toestand) Dat houdt in dat voor een volledige verbranding van wol een zuurstofgehalte van meer dan 25% nodig is. Onze omgevingslucht bevat echter 21% zuurstof, vandaar. Wol is dus zelfdovend.
Door deze fysische eigenschappen van wol met daarbij de door productie verkregen hoge dichtheid, is Doschawol ingedeeld in de brandveiligheidklasse DIN 4102 – B2, zonder gebruikmaking van brandvertragers als bijvoorbeeld boorzuur, borax of ammoniumverbindingen.
De brandproeven zoals die nu gedaan worden zullen naar alle waarschijnlijkheid worden uitgebreid naar de nieuwe inzichten. Daarbij is het van minder belang hoe de materialen afzonderlijk presteren. De prestatie van de totale constructie vormt hierin het uitgangspunt. Daarbij wordt gelet op de vluchttijd, intact blijven van de constructie, rookontwikkeling, vrijkomen van schadelijke gassen en de verbrandingswarmte. (Dat is de warmte die vrijkomt bij verbranding die voor ieder product verschillend is.) Tevens wordt gekeken in hoeverre het materiaal bijdraagt aan de ontwikkeling dan wel de voortzetting van een brand. TNO Bouw Research voert op dit moment deze proeven uit op Doschawol.
Toelatingsnummer Nr. PZ/IV/95 – 181, “Materialforschung- und Prüfungsanstalt für Bauwesen Leipzig (MFPA), van 21.11.1995”.

